Vloerverwarming instellen of inregelen: wat is het verschil?
Met vloerverwarming instellen bedoelen we de instellingen die u tijdens normaal gebruik kiest. Denk aan de gewenste kamertemperatuur, het programma van de thermostaat en bij sommige verdelers de temperatuur van het water dat de vloer in gaat. Ook afstellen of regelen valt hieronder.
Inregelen gaat een stap verder. Bij waterzijdig inregelen wordt de hoeveelheid water per vloerverwarmingsgroep afgestemd op de warmte die een ruimte nodig heeft. Heeft uw verdeler flowmeters, dan ziet u daarop de doorstroming per groep. De juiste waarde is niet voor iedere groep gelijk. Het vermogen van de ruimte, de lengte van de leiding en de weerstand in de groep spelen allemaal mee.
Dan is er nog de eerste keer opstarten van een nieuwe dekvloer. Dat is een eenmalig proces met een eigen schema en heeft niets te maken met dagelijks instellen. Verderop in deze blog leest u daar meer over.
Welke vloerverwarming heeft u?
Kijk eerst naar de verdeler. Zo voorkomt u dat u zoekt naar een knop die uw systeem niet heeft.
Zit er op de verdeler een eigen pomp en een thermostatische regelknop? Dan heeft u waarschijnlijk een mengverdeler. Die mengt het warmere water uit de cv-installatie tot een temperatuur die geschikt is voor de vloer. De watertemperatuur stelt u dan in op de verdeler.
Heeft de verdeler geen pomp? Dan gaat het vaak om een lagetemperatuurverdeler. De watertemperatuur wordt dan bij de warmtebron geregeld, bijvoorbeeld via de stooklijn van een warmtepomp. Bij elektrische vloerverwarming zijn er geen watergroepen, flowmeters of aanvoer en retour. Daar regelt een thermostaat met vloersensor de warmte.
Gaat u binnenkort een nieuwe vloer laten leggen? Zoek dan vooraf uit welk systeem u heeft. Dat bepaalt mee welke vloer goed past en hoe de verwarming tijdens het leggen moet staan.
| Systeem | Waar stelt u de temperatuur in? | Uitgangspunt | Nachtverlaging |
|---|---|---|---|
| Mengverdeler met pomp en cv-ketel | Regelknop op de verdeler en kamerthermostaat | Vaak 30 tot 40 °C watertemperatuur | Beperkt, ongeveer 1 tot 2 °C |
| Pomploze lagetemperatuurverdeler | Bij de warmtebron | Volg het ontwerp van de installatie | Geen grote sprongen |
| Warmtepomp met vloerverwarming | Stooklijn van de warmtepomp en kamerthermostaat | Zo laag en stabiel als het ontwerp toelaat | Geen of nauwelijks |
| Elektrische vloerverwarming | Thermostaat met vloersensor | Geen watertemperatuur, wel de grens van uw vloer bewaken | Afhankelijk van opbouw en gebruik |
Dit zijn algemene richtwaarden. De voorschriften van de fabrikant van uw verwarmingssysteem en van uw vloer gaan altijd voor.
Vloerverwarming aanzetten na de zomer
Aan het begin van het stookseizoen zoeken veel mensen hoe ze hun vloerverwarming weer aanzetten. Bij een bestaande installatie loopt u deze punten na:
- Controleer of de pomp van de verdeler aan staat, als uw verdeler een pomp heeft.
- Kijk of de groepen op de verdeler open staan. Heeft u in de zomer groepen dichtgedraaid, zet ze dan weer open.
- Controleer de waterdruk op de cv-ketel of warmtepomp. De juiste waarde staat in de handleiding van uw toestel.
- Zet de kamerthermostaat terug op uw winterprogramma.
- Geef de vloer tijd. Vloerverwarming reageert langzaam, zeker bij een dikke dekvloer.
Is de dekvloer of de vloerverwarming nieuw? Volg dan niet deze stappen, maar lees eerst het deel over de eerste keer opstarten.
Welke temperatuur stelt u in voor vloerverwarming?
Bij een mengverdeler is 30 tot 40 °C een goed startpunt voor de watertemperatuur. Begin niet meteen hoog om de kamer sneller warm te krijgen. Met heet water is de kamer snel op temperatuur, waardoor de thermostaat stopt met verwarmen voordat de hele vloer warm is. U houdt dan koude plekken in de vloer. Met 30 tot 40 °C krijgt de vloer meer tijd en wordt hij gelijkmatiger warm. Sommige systemen staan bij strenge vorst een hogere watertemperatuur toe, in stappen tot ongeveer 50 °C. Doe dat alleen als uw systeem en uw vloer daarvoor geschikt zijn.
Let ook op het verschil tussen watertemperatuur en vloertemperatuur. De regelknop kan op 35 °C staan, terwijl het oppervlak van de vloer een stuk koeler blijft. Voor uw pvc, laminaat of parket telt juist die temperatuur aan het oppervlak. Daarover leest u hieronder meer. Welke afwerking het beste samenwerkt met een lage watertemperatuur, leest u in ons artikel over de beste vloer voor vloerverwarming.
Thermostaat instellen bij vloerverwarming
Stel de kamerthermostaat in op de temperatuur die u echt prettig vindt. De vloer hoeft daarbij niet steeds warm aan te voelen. Zodra de kamer op temperatuur is, stopt de warmtevraag en koelt de vloer wat af. De ruimte blijft dan gewoon comfortabel. Hoe warm een vloer aanvoelt, verschilt ook per materiaal. Tegels voelen bij dezelfde temperatuur koeler aan dan een houten vloer.
Moet u vloerverwarming ’s nachts lager zetten? Bij een cv-ketel is een kleine verlaging van ongeveer 1 tot 2 °C een bruikbaar uitgangspunt. Grotere sprongen passen niet bij een vloer die langzaam opwarmt. Bij een warmtepomp is weinig of geen nachtverlaging meestal beter. Na een grote verlaging moet de warmtepomp de woning namelijk met extra moeite weer op temperatuur brengen.
Vloerverwarming instellen met een warmtepomp
Een warmtepomp verwarmt het liefst langdurig op een lage temperatuur. Vaak is de verdeler dan pomploos en komt de watertemperatuur rechtstreeks uit de warmtepomp. U vindt dan geen thermostatische knop op de verdeler. Pas de stooklijn en de pompinstellingen niet aan zonder te weten waarop de installatie is ontworpen. Heeft u vragen over de instellingen van uw warmtepomp? Dan kunt u terecht bij 040 Warmtepomp.
Vloerverwarming instellen per ruimte
Wilt u de vloerverwarming per kamer regelen? Dan is een naregeling nodig: een thermostaat per ruimte die via een stelmotor op de verdeler de groepen van die ruimte opent of sluit. Zonder naregeling volgen alle ruimtes één kamerthermostaat. Een naregeling vervangt het waterzijdig inregelen niet. Eerst moet de waterverdeling over de groepen kloppen, daarna regelt u per ruimte bij.
De knoppen op de verdeler: open of dicht?
Veel vragen gaan over de kranen en ventielen op de verdeler. Welke onderdelen er op uw verdeler zitten en waar ze zitten, verschilt per merk. Onderstaande tabel geeft de meest voorkomende onderdelen. Kijk bij twijfel in de handleiding van uw verdeler.
| Onderdeel | Wat doet het? | Wat doet u ermee? |
|---|---|---|
| Thermostatische regelknop | Stelt de watertemperatuur naar de vloer in. Zit alleen op verdelers met een pomp en heeft soms cijfers in plaats van graden | Instellen op de gewenste temperatuur |
| Flowmeters | Tonen de doorstroming per groep. Met de draaibare ring stelt u de flow in. Ze zitten meestal op de aanvoerbalk | Alleen aanpassen bij het inregelen |
| Ventielen per groep, vaak met een kunststof kap | Openen of sluiten een groep. Bij een naregeling zit hier de stelmotor op. Bij verdelers zonder flowmeters hebben ze soms een voorinstelling voor het inregelen | Normaal open laten staan. Verdraai geen voorinstelling als u niet weet waarop die staat |
| Maximaalthermostaat | Schakelt bij veel verdelers met pomp de pomp uit als het water te warm wordt | Niet zelf verstellen |
| Pomp | Laat het water door de groepen stromen | Aan in het stookseizoen, de stand niet zomaar wijzigen |
Vloerverwarming inregelen met flowmeters
Worden sommige ruimtes wel warm en andere niet? Dan kan waterzijdig inregelen helpen. Het doel is dat iedere ruimte genoeg warmte krijgt, niet dat alle flowmeters hetzelfde getal aanwijzen. Gebruik deze volgorde:
- Heeft u ook radiatoren? Draai die tijdens het inregelen dicht, zodat u alleen de vloerverwarming beoordeelt.
- Zet de kamerthermostaat tijdelijk hoger, bijvoorbeeld op 30 °C, zodat het systeem warmte blijft vragen.
- Zet alle groepen open. Controleer of de aanvoer warm wordt en of de flowmeters doorstroming laten zien.
- Vergelijk de flow per groep met de ontwerpgegevens van de installatie. Die staan vaak in de papieren van de installateur.
- Pas één groep tegelijk aan, in kleine stappen. Geef de vloer daarna tijd om te reageren.
- Zet de kamerthermostaat terug op uw normale temperatuur.
Hoeveel flow heeft een groep nodig?
Online ziet u vaak een vaste vuistregel per vierkante meter. Zo eenvoudig is het niet. De benodigde flow volgt uit de warmte die een ruimte nodig heeft en het gewenste verschil tussen aanvoer en retour. Een rekenvoorbeeld: bij 50 watt per m² en 5 graden verschil komt u uit op ongeveer 0,14 liter per minuut per m². Heeft de ruimte 60 watt per m² nodig, dan wordt dat ongeveer 0,17 liter. Een lange groep kan daarnaast meer weerstand hebben dan een korte. Zonder warmteverliesberekening is een waarde per m² dus alleen een indicatie.
Aanvoer, retour en het temperatuurverschil
De aanvoer brengt warm water naar de vloer. De retour voert het afgekoelde water terug. De retour is dus koeler, maar niet koud. Het verschil tussen de aanvoer- en retourtemperatuur helpt bij het beoordelen van een groep. Welk verschil juist is, hangt af van het ontwerp. Bij de ene installatie is dat ongeveer 5 graden, bij een andere is 10 graden normaal. Een vaste waarde voor iedere vloerverwarming bestaat niet. Wel geldt: bij een goed ingeregelde vloer liggen de retourtemperaturen van de groepen dicht bij elkaar. Heeft één groep een veel lagere retourtemperatuur, dan krijgt die groep waarschijnlijk te weinig water.
Vloerverwarming inregelen zonder flowmeters
Heeft uw verdeler geen flowmeters, dan ziet u de doorstroming per groep niet. Inregelen gebeurt dan met de instelbare ventielen op de verdeler en op basis van de retourtemperatuur per groep. Dat is lastiger om zelf goed te doen. Blijven ruimtes ongelijk warm, laat het dan controleren door een installateur.
Wanneer past u de pompstand aan?
Een vaste pompstand voor iedere vloerverwarming is er niet. Moderne pompen regelen hun toerental vaak zelf, waardoor een andere stand ook de rest van de inregeling beïnvloedt. De pomp moet genoeg druk en doorstroming leveren voor alle groepen, zonder onnodig hoog te staan.
Wat u zelf kunt controleren: draait de pomp, staan de groepen open en is de aanvoer warmer dan de retour? Moet de pompstand, het mengventiel of de instelling van de ketel veranderen, of ontbreken de ontwerpgegevens? Dan is het werk voor een installateur. Voor het onderhoud, inregelen of verhelpen van storingen aan vloerverwarming kunt u terecht bij 040 Loodgieter.
Welke temperatuur mag uw vloer worden?
De instelling van de verwarming staat nooit los van de vloer die erop ligt. Veel vloeren hebben een lagere grens dan wat de verwarming kan leveren. Fabrikanten leggen die grens bijna altijd bij de temperatuur van het vloeroppervlak, niet bij de watertemperatuur. De watertemperatuur mag dus hoger zijn, zolang het oppervlak binnen de grens blijft. Voor het vloeroppervlak in woonruimtes geldt 29 °C als algemene bovengrens. Veel fabrikanten van pvc, laminaat en hout hanteren een lagere grens.
| Vloertype | Richtwaarde maximale oppervlaktetemperatuur | Let op |
|---|---|---|
| Tegels en natuursteen | 29 °C, de algemene grens voor woonruimtes | Lijm, voeg en dekvloer moeten ook geschikt zijn |
| Pvc | Vaak 27 °C, bij sommige merken 29 °C | Bij click-pvc telt de ondervloer mee |
| Laminaat | Vaak 27 °C volgens de fabrikant | Kies een ondervloer die geschikt is voor vloerverwarming |
| Parket en hout | Vaak maximaal 27 °C volgens de fabrikant | Houtsoort, opbouw en luchtvochtigheid tellen mee |
| Gietvloer | Verschilt per product | Volg het productblad van het gekozen systeem |
Wilt u een tegelvloer laten leggen? Tegels geven de warmte goed door, omdat keramiek en steen weinig isoleren. Een pvc-vloer is dun en laat de warmte daardoor ook makkelijk door, zeker als hij verlijmd is. Kiest u voor laminaat, let dan op de ondervloer. Voor vloeren op vloerverwarming geldt meestal een totale warmteweerstand van vloer en ondervloer van maximaal 0,15 m²K/W. Hoe lager die waarde, hoe makkelijker de warmte de ruimte in komt.
Bij een parketvloer of een houten vloer bepaalt de houtsoort niet alleen of de vloer geschikt is. Ook de opbouw, de dikte en het binnenklimaat tellen mee. Zo raadt de ene fabrikant beuken af boven vloerverwarming, terwijl een andere bepaalde beukenproducten wel onder voorwaarden geschikt vindt. Controleer daarom altijd de specificaties van de vloer die u kiest.
Eerste keer opstarten: opstookprotocol of ingebruiknameprotocol?
Is de vloerverwarming net aangelegd of ligt er een nieuwe dekvloer? Gebruik dan niet dezelfde instellingen als bij dagelijks verwarmen. Een nieuwe dekvloer moet rustig en gecontroleerd op temperatuur komen, zodat hij niet scheurt of loslaat.
Jarenlang gold daarvoor een vast opstookprotocol. De watertemperatuur ging in stappen omhoog en daarna weer omlaag. Dat schema is bedacht voor traditionele vloeropbouwen, die tegenwoordig lang niet altijd meer voorkomen. De afbouwbranche adviseert bij veel moderne vloeren daarom inmiddels een rustig ingebruiknameprotocol in plaats van het klassieke opstookprotocol.
Bij zo’n ingebruiknameprotocol stelt u de watertemperatuur zo laag mogelijk in, meestal tussen 30 en 35 °C, en laat u de vloer in een paar dagen geleidelijk op temperatuur komen. U houdt de kamerthermostaat in die periode op een constante temperatuur en slaat de nachtverlaging over. Is de vloer al ongeveer op kamertemperatuur, dan is vaak geen apart protocol nodig. Sommige leveranciers van dekvloeren schrijven voor hun product nog wel een opstookprotocol voor. Welk protocol geldt en hoe lang u moet wachten, hangt daarom af van het type dekvloer, het verwarmingssysteem en de vloer die erop komt. Een vaste wachttijd voor iedere vloer bestaat niet.
Laat u een dekvloer storten, zoals een cementdekvloer? Vraag dan welk protocol voor die vloer geldt. Laat vóór het leggen van de afwerkvloer ook controleren of de dekvloer droog genoeg is. De toegestane hoeveelheid restvocht verschilt per dekvloer, lijm en vloerproduct.
Gaat u daarna een vloer laten leggen? Dan moet de vloerverwarming tijdens het leggen op de juiste stand staan. Bij veel vloeren wordt de verwarming minimaal 24 uur vooraf laag gezet of uitgeschakeld. Na het leggen blijft hij vaak nog een of enkele dagen uit of laag, waarna de temperatuur geleidelijk weer omhoog gaat. Volg altijd de voorschriften van de vloer die gelegd wordt.
Vloerverwarming wordt niet warm: wat controleert u eerst?
Een koude vloer betekent niet automatisch dat de watertemperatuur omhoog moet. Controleer eerst of de kamerthermostaat warmte vraagt, of de groepen open staan, of de aanvoer warm wordt en of de flowmeters doorstroming laten zien.
Blijft één groep koud terwijl de rest wel warm wordt? Dan kan lucht in de leiding, een dichte afsluiter, te weinig flow of vuil in de groep de oorzaak zijn. Blijft de aanvoer zelf koud, dan ligt het probleem eerder bij de pomp, het mengventiel of de warmtebron. Zet de temperatuur niet steeds hoger om het probleem op te lossen. Uw vloer wordt dan onnodig warm, terwijl de oorzaak blijft.
Wordt de vloer wel warm, maar duurt het lang? Dan kan de vloerafwerking meespelen. Een dikke ondervloer onder een laminaatvloer of een dik tapijt houdt een deel van de warmte tegen.
Zo stookt u comfortabel en zuinig met vloerverwarming
Zuinig stoken met vloerverwarming draait niet alleen om de thermostaat lager zetten. De installatie moet de warmte kunnen afgeven op een zo laag mogelijke temperatuur, met genoeg doorstroming in iedere groep. Houd de temperatuur zo constant mogelijk en voorkom grote sprongen, zeker bij een warmtepomp.
Voorkom daarnaast dat warmte naar beneden weglekt. Een goed geïsoleerde vloer houdt de warmte aan de kant van de kamer. Lees meer over vloerisolatie.
Buiten het stookseizoen vraagt de thermostaat geen warmte. Of u de pomp uitzet of groepen dichtdraait, verschilt per installatie. Veel regelingen hebben een eigen zomerstand. Volg de handleiding van uw verdeler en warmtebron.
Een nieuwe vloer op vloerverwarming in de regio Eindhoven? Neem contact op
Wilt u een nieuwe vloer die goed samenwerkt met uw vloerverwarming? 040 Vloeren denkt met u mee over de vloer die past bij uw woning en uw verwarming, van tegels en pvc tot laminaat en parket. Wij werken in Eindhoven en de omliggende gemeenten, zoals Veldhoven, Best, Nuenen en Geldrop.
Bel ons op 040-2051882, mail naar info@040vloeren.nl of vraag een vrijblijvende offerte aan. Heeft u eerst een vraag? Neem contact op met 040 Vloeren.